Saturday, January 14, 2017

14 januari 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (VII)

Wat te verwachten van kunst? Niet het alledaagse, dat waar we aan gewoon zijn: daar hebben we kunst niet voor nodig. Zou kunstbeleving niet juist de werking van een ‘ritueel’ moeten hebben: een doorbreking van de ons bekende patronen, gewoontes en rollen?


Kunst: duurzame waarde creëren in een veranderlijke, vaak banale wereld.


Het kunstwerk van een godsdienst is de creatie van haar godheid, waarin bovendien wordt geloofd alsof zij ook daadwerkelijk bestaat, - een prestatie! Een godheid waarin niet (meer) wordt geloofd, is louter een kunsthistorisch fenomeen; het verbindt (nog) slechts esthetisch.


De grootsheid van een mens: z’n capaciteit tot twijfelen en nee-zeggen, en daarmee z’n vrijheid. De grootsheid van een cultuur: de ruimte die zij aan die vrijheid laat, en deze ook aankunnen!


Context doet ertoe. Door een museum krijgt het kunstwerk een belevingswaarde die het niet krijgt wanneer het ergens als los werk in een kunstvreemde omgeving wordt neergezet. Dit geldt nog meer voor een overzichtstentoonstelling. En ook een boek geeft een context, evenals een documentaire. Telkens anders: blijft er iets hetzelfde?


Anders dan dieren, bouwt de mens zich een wereld die een veruiterlijking is van zijn strevingen, inclusief symbolische orde, en met een geheugen, bestand tegen seizoenswisselingen en tegen zoveel mogelijk toevallige veranderingen. Dieren leven op aarde, mensen in een wereld; aan haar is hun geschiedenis af te lezen.


Heeft het zin om seculariteit als levensopvatting van argumenten te voorzien? Zeker. Ten eerste, om de eigen ‘zit in het leven’ te versterken, te verrijken en cultureel te laten bloeien. Ten tweede, om te laten zien dat seculier-zijn niet naïef of slechts negatief is: er valt ook veel vóór te zeggen. Ten derde, om zoekenden oriëntatie te bieden in de huidige spirituele supermarkt. Ten vierde, om de existentiële migratie te vergemakkelijken van degenen die godgelovigheid zijn gaan ervaren als een vreemd en benauwend keurslijf. En ten vijfde, om seculieren weerwoord te verschaffen in deze tijd van de ‘retour du religieux’.


Revisiting Kant (en Nietzsche):


Als je ervan uitgaat dat wij de wereld zoals zij in zichzelf is nooit zullen kennen en dat zij altijd een wereld voor ons zal zijn, dan verwijzen alle argumentaties dus uiteindelijk naar de mens die denkt en argumenteert. Is dat vol te houden? Elk wetenschappelijk onderzoek breekt in op antropomorfisme. Waarom zou je niet kunnen zeggen dat wetenschap de wereld in zichzelf kenbaar maakt? Wat verklaart anders haar succes?


Wat winnen we door uit te gaan van evolutie in ons engagement voor een ‘betere wereld’? Dat we ons inzetten, niet vanuit schuldgevoel (alsof de wereld anders had moeten zijn), maar vanuit verantwoordelijkheid voor wat binnen onze macht ligt en meer niet.


Evolutie of schepper? Voordeel van een evolutionair toevallige ‘oorsprong’ van alles: er valt niemand een verwijt te maken, ook niet een schepper, gelet op de immense wreedheden in het dierenrijk, op de uitgestrekte levenloosheid van het heelal (erg ongezellig), en op de oneerlijkheid van tal van natuurrampen en ziekten, en wie hen ten deel valt. Stel, we zouden hiervoor een schepper verantwoordelijk moeten stellen, niet voor hoe het had kunnen zijn, ware hij werkelijk almachtig geweest, maar voor wat is het is geworden, zou hij de verwijten over slecht werk overleven? Zou hij zich niet doodschamen voor alles wat er is misgegaan? Als creatie van de menselijke verbeelding verdient hij een beter lot! Een museum!


Zondeval? Waarvoor zou een schepper mensen willen straffen? Voor de rotzooi die hij er zelf van heeft gemaakt bij het creëren van de wereld?


Ben ik tegen het Christendom? Nee, maar in de Westerse beschaving mist het wel een tegenhanger waarmee het vruchtbaar en dynamisch kan samenleven, nl een religieuze vorm van non-theïsme. Hetzelfde gemis geldt overigens voor het huidige atheïsme: dit positioneert zich teveel als anti-godsdienst. Beide zouden winnen bij zelfrelativering, en door zich te spiegelen aan elkaar en door wederzijdse voeding niet uit te sluiten.


Heeft het zin om tegen godgelovigheid te argumenteren? Nee, een levensovertuiging is niet gebaseerd op argumenten. Er is eerst een levensgevoel; argumenten komen later.

No comments:

Post a Comment