Monday, January 2, 2017

2 januari 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (VI)

Al deze reflecties zijn denkexperimenten! Over hun houdbaarheid valt niets met absolute zekerheid te zeggen. Zijn er gedachten die hieraan ontsnappen?


Kunst als vrijheidspraktijk. Moderne kunst is anders dan de eerdere kunst. Zij is een spirituele rol gaan spelen in een steeds seculierder wordende cultuur, met musea als de hedendaagse tempels. Het gaat niet meer om schoonheid en vakmanschap (zoals eerder), maar om ‘vrije geest’.


Waarin verschilt een liefdesrelatie van vriendschap? In liefde gaat het eerst en vooral om wat er in de relatie zelf gebeurt, met én tussen de twee geliefden. Zij groeien aan en met elkaar, juist ook omdat intimiteit en erotiek deel uitmaken van het gezamenlijke liefdesspel, van de dynamiek ervan. (Of beter: dat zou kunnen, mits zij daar allebei toe bereid zijn.) In een vriendschap geef je om elkaar, uiteraard, heb je met elkaar te maken, maar er is niet die innigheid samen. Je deelt elkaars verhalen, elkaars lief en leed, maar niet elkaars leven.


De macht van de verbeelding. ‘Als God het wil’: wat voor menselijke motieven, intenties en emoties zitten allemaal samengebald in deze uitroep? Welke menselijke conditie spreekt eruit? Hoeveel ellende en onmacht wordt erdoor toegedekt, of hanteerbaar gemaakt?  ‘Als God het wil’: wanneer een kind verdrinkt; wanneer een oogst mislukt; wanneer een huwelijk wordt afgesproken. ‘Als God het wil’, wanneer het leven tegenzit, of juist meezit. Hoeveel levenslust wordt erdoor in stand gehouden? En natuurlijk is er de politiek van ‘Als God het wil’: wie trekt er aan de touwtjes? Echter, steekt er ook vrijheid in ‘Als God het wil’?


Revisiting Kant:


Er is een nieuwe Kritiek nodig, voor verdergaande Verlichting. Een Kritiek die sensibel maakt voor het ‘meer dan denken’ dat we zijn. Om de-identificatie concipieerbaar te maken, en daarmee (gemakkelijker) ervaarbaar. De-identificatie, niet alleen met idee-fixen, maar met denken überhaupt, - alsof slechts werkelijk zou zijn wat wij kunnen denken.


De Verlichting verder verlichten, door het denken zelf en het belang dat we eraan hechten te thematiseren, en niet alleen wat en hoe we denken. (Taoïsme, Boeddhisme en Advaita bieden daartoe mogelijkheden, zij het vanuit een heel andere geschiedenis. Nodig: een radicaal omdenken.)


Wanneer metafysica niet meer vanuit verwondering wordt bedreven, wordt zij al snel een poging om de werkelijkheid te overmeesteren, in de veronderstelling dat deze rationeel van aard is. Wie de sleutel heeft tot de ‘natuurlijke’ orde van mens van wereld, kan zich als denker heer en meester wanen over het eigen lot en dat van de geschiedenis. Maar wat als mens en wereld slechts tot de orde kunnen worden geroepen door hen onherkenbaar te verminken? Wat als rationaliteit slechts bestaat in de verlangde wereld van sommige denkers? Wat als een metafysicus alleen zijn gelijk kan afdwingen, door zich met mentaal geweld op te dringen aan volgzaam verstand, terwijl de werkelijkheid zich er niets van zal aantrekken?


Is er iets dat de werkelijkheid zelf genoemd kan worden? Of is alles wat wij werkelijkheid noemen een projectie van ons bewustzijn? Okay, alles wat ik over de werkelijkheid denk en zeg, is onderworpen aan de wetten van denken en zeggen, maar betekent dat ook dat er niets aan denken en zeggen ontsnapt? Valt mijn beleving geheel en al samen met wat ik denk en zeg?


Denkend geraak ik nooit bij wat werkelijk is, kom ik nooit uit bij hetgeen waarover ik denk. Toch kan ik beseffen dat ik denk. Beleef ik mijzelf in dit besef als méér dan denken?


Aan een ding voor mij correspondeert een ding op zich. Beter gezegd: een ding is iets voor mij, in termen van hoe ik mij ervan bewust ben, en tegelijk is dat ding iets op zichzelf. Vraag: correspondeert met elk gedachteding ook een ding op zich? Is er in dromen, bijvoorbeeld, sprake van een ding op zich?


Het moment is niet alleen van korte duur. Het kan ook beleefd worden als onderdeel van de tijd, mits dat besef van tijd er is, als uitgespannen in mijn bewustzijn. Zo niet, dan wordt het moment slechts beleefd als vluchtig. Daarmee is het besef van tijd een ontstaan, iets wat er niet vanzelf is. Je kunt dus niet zeggen dat tijdbesef ‘ontwaakt’ (alsof het er ‘slapend’ al wel reeds was); het ontstaat. Tijdbesef noch bewustzijn zijn een constant gegeven. De verschillen betreffen het verschil tussen dier en mens, tussen kind en volwassene, en wellicht ook tussen volwassene en een dementerend persoon.
(Hier is een parallel met de notie van het zgn ‘oorspronkelijke’ zelf. Ook dit kan ontstaan, en is er niet oorspronkelijk. Zoals ook gewaarzijn er niet bij voorbaat is.)


Verstand: niet een apart vermogen, maar een geestelijke functioneren met zo min mogelijk verduistering en vertekening door emoties (zoals pijn en angst), driften (zoals begeerte) en belangen.


Categorische imperatief? Wat maakt het zo moeilijk om anderen hun leef- en denkwijze te laten? Immers, niets dwingt iemand om hetzelfde te doen of te denken. Wanneer abortus is toegestaan, betekent dat nog niet dat een tegenstander ook gebruik moet maken van dit recht. Wanneer iedereen mag leven volgens zijn of haar eigen seksuele geaardheid of voorkeur, is dat nog geen aansporing om alle varianten uit te proberen. Wanneer er vrijheid is van godsdienst, dwingt niets mij om er een op na te houden. Een recht verplicht tot niets, en hetzelfde geldt voor een vrijheid. Wat maakt het dan zo moeilijk om de ander te laten in zijn of haar eigen goeddunken of voorkeuren?

No comments:

Post a Comment