Al deze reflecties zijn denkexperimenten! Over hun
houdbaarheid valt niets met absolute zekerheid te zeggen. Zijn er gedachten die
hieraan ontsnappen?
Kunst als
vrijheidspraktijk. Moderne kunst is anders dan de eerdere kunst. Zij is een
spirituele rol gaan spelen in een steeds seculierder wordende cultuur, met
musea als de hedendaagse tempels. Het gaat niet meer om schoonheid en
vakmanschap (zoals eerder), maar om ‘vrije geest’.
Waarin verschilt een liefdesrelatie van vriendschap? In liefde
gaat het eerst en vooral om wat er in de relatie zelf gebeurt, met én tussen de
twee geliefden. Zij groeien aan en met elkaar, juist ook omdat intimiteit en
erotiek deel uitmaken van het gezamenlijke liefdesspel, van de dynamiek ervan.
(Of beter: dat zou kunnen, mits zij daar allebei toe bereid zijn.) In een
vriendschap geef je om elkaar, uiteraard, heb je met elkaar te maken, maar er
is niet die innigheid samen. Je deelt elkaars verhalen, elkaars lief en leed,
maar niet elkaars leven.
De macht van de verbeelding.
‘Als God het wil’: wat voor menselijke motieven, intenties en emoties zitten
allemaal samengebald in deze uitroep? Welke menselijke conditie spreekt eruit?
Hoeveel ellende en onmacht wordt erdoor toegedekt, of hanteerbaar gemaakt? ‘Als God het wil’: wanneer een kind
verdrinkt; wanneer een oogst mislukt; wanneer een huwelijk wordt afgesproken.
‘Als God het wil’, wanneer het leven tegenzit, of juist meezit. Hoeveel
levenslust wordt erdoor in stand gehouden? En natuurlijk is er de politiek van
‘Als God het wil’: wie trekt er aan de touwtjes? Echter, steekt er ook vrijheid
in ‘Als God het wil’?
Revisiting Kant:
Er is een nieuwe Kritiek nodig, voor verdergaande
Verlichting. Een Kritiek die sensibel maakt voor het ‘meer dan denken’ dat we
zijn. Om de-identificatie concipieerbaar te maken, en daarmee (gemakkelijker) ervaarbaar. De-identificatie, niet alleen met idee-fixen, maar
met denken überhaupt, - alsof slechts werkelijk zou zijn wat wij kunnen denken.
De Verlichting verder verlichten, door het denken zelf en
het belang dat we eraan hechten te thematiseren, en niet alleen wat en hoe we denken. (Taoïsme, Boeddhisme en Advaita bieden daartoe
mogelijkheden, zij het vanuit een heel andere geschiedenis. Nodig: een radicaal
omdenken.)
Wanneer metafysica niet meer vanuit verwondering wordt
bedreven, wordt zij al snel een poging om de werkelijkheid te overmeesteren, in
de veronderstelling dat deze rationeel van aard is. Wie de sleutel heeft tot de
‘natuurlijke’ orde van mens van wereld, kan zich als denker heer en meester
wanen over het eigen lot en dat van de geschiedenis. Maar wat als mens en
wereld slechts tot de orde kunnen
worden geroepen door hen onherkenbaar te verminken? Wat als rationaliteit
slechts bestaat in de verlangde wereld van sommige denkers? Wat als een
metafysicus alleen zijn gelijk kan afdwingen, door zich met mentaal geweld op
te dringen aan volgzaam verstand, terwijl de werkelijkheid zich er niets van
zal aantrekken?
Is er iets dat de werkelijkheid zelf genoemd kan worden? Of
is alles wat wij werkelijkheid noemen een projectie van ons bewustzijn? Okay,
alles wat ik over de werkelijkheid denk
en zeg, is onderworpen aan de wetten
van denken en zeggen, maar betekent dat ook dat er niets aan denken en zeggen
ontsnapt? Valt mijn beleving geheel en al samen met wat ik denk en zeg?
Denkend geraak ik nooit bij wat werkelijk is, kom ik nooit
uit bij hetgeen waarover ik denk.
Toch kan ik beseffen dat ik denk. Beleef
ik mijzelf in dit besef als méér dan denken?
Aan een ding voor mij
correspondeert een ding op zich.
Beter gezegd: een ding is iets voor mij, in
termen van hoe ik mij ervan bewust ben, en tegelijk is dat ding iets op zichzelf. Vraag: correspondeert met
elk gedachteding ook een ding op zich? Is er in dromen, bijvoorbeeld, sprake
van een ding op zich?
Het moment is niet alleen van korte duur. Het kan ook beleefd worden als onderdeel van de tijd, mits dat besef van tijd er is, als uitgespannen in mijn bewustzijn. Zo niet, dan wordt het moment slechts beleefd als vluchtig. Daarmee is het besef van tijd een ontstaan, iets wat er niet vanzelf is. Je kunt dus niet zeggen dat tijdbesef ‘ontwaakt’ (alsof het er ‘slapend’ al wel reeds was); het ontstaat. Tijdbesef noch bewustzijn zijn een constant gegeven. De verschillen betreffen het verschil tussen dier en mens, tussen kind en volwassene, en wellicht ook tussen volwassene en een dementerend persoon.
(Hier is een parallel met de notie van het zgn ‘oorspronkelijke’ zelf. Ook dit kan ontstaan, en is er niet oorspronkelijk. Zoals ook gewaarzijn er niet bij voorbaat is.)
Het moment is niet alleen van korte duur. Het kan ook beleefd worden als onderdeel van de tijd, mits dat besef van tijd er is, als uitgespannen in mijn bewustzijn. Zo niet, dan wordt het moment slechts beleefd als vluchtig. Daarmee is het besef van tijd een ontstaan, iets wat er niet vanzelf is. Je kunt dus niet zeggen dat tijdbesef ‘ontwaakt’ (alsof het er ‘slapend’ al wel reeds was); het ontstaat. Tijdbesef noch bewustzijn zijn een constant gegeven. De verschillen betreffen het verschil tussen dier en mens, tussen kind en volwassene, en wellicht ook tussen volwassene en een dementerend persoon.
(Hier is een parallel met de notie van het zgn ‘oorspronkelijke’ zelf. Ook dit kan ontstaan, en is er niet oorspronkelijk. Zoals ook gewaarzijn er niet bij voorbaat is.)
Verstand: niet een apart
vermogen, maar een geestelijke functioneren met zo min mogelijk verduistering
en vertekening door emoties (zoals pijn en angst), driften (zoals begeerte) en
belangen.
Categorische imperatief? Wat maakt het zo moeilijk om anderen hun leef- en denkwijze te laten? Immers, niets dwingt iemand om hetzelfde te doen of te denken. Wanneer abortus is toegestaan, betekent dat nog niet dat een tegenstander ook gebruik moet maken van dit recht. Wanneer iedereen mag leven volgens zijn of haar eigen seksuele geaardheid of voorkeur, is dat nog geen aansporing om alle varianten uit te proberen. Wanneer er vrijheid is van godsdienst, dwingt niets mij om er een op na te houden. Een recht verplicht tot niets, en hetzelfde geldt voor een vrijheid. Wat maakt het dan zo moeilijk om de ander te laten in zijn of haar eigen goeddunken of voorkeuren?
Categorische imperatief? Wat maakt het zo moeilijk om anderen hun leef- en denkwijze te laten? Immers, niets dwingt iemand om hetzelfde te doen of te denken. Wanneer abortus is toegestaan, betekent dat nog niet dat een tegenstander ook gebruik moet maken van dit recht. Wanneer iedereen mag leven volgens zijn of haar eigen seksuele geaardheid of voorkeur, is dat nog geen aansporing om alle varianten uit te proberen. Wanneer er vrijheid is van godsdienst, dwingt niets mij om er een op na te houden. Een recht verplicht tot niets, en hetzelfde geldt voor een vrijheid. Wat maakt het dan zo moeilijk om de ander te laten in zijn of haar eigen goeddunken of voorkeuren?
No comments:
Post a Comment