Saturday, April 8, 2017

8 april 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (XVI)

Een levensvisie is geen ‘gegeven’, te ontdekken wanneer je maar open genoeg naar het leven ‘luistert’. Zij is een stellingname, een antwoord op de vraag hoe je wilt leven.


Ik weiger mee te gaan in filosofie en spiritualiteit die werkt als verhullende ideologie of als tranquillizer. Ik wil (werken aan) een levensvisie die vertrouwen geeft, ook in het eigen kritische vermogen, in het vermogen tot handelen, en in de mogelijkheid tot opstand!


Reïncarnatie is een afvoerputje voor moreel ongenoegen en maatschappelijke frustratie: door het probleem te verplaatsen naar eerdere én latere levens, ben je gevrijwaard van de noodzaak om er iets aan te doen. Anderen blijven buiten schot. En ook cultureel-maatschappelijk blijft alles bij het oude. Het enige waar je je druk om hoeft te maken is je eigen mentaliteit en attitude.


Voordeel van een religie: zij weet een gemeenschap te mobiliseren. En als het moet: snel! De macht van een gedeelde identiteit: solidariteit.


Wanneer kun je zeggen dat een levensbeschouwing of religie achterhaald is?


Origineel willen zijn (met ‘willen’ als in ‘moeten’) is de handrem op spelende creativiteit.


Kwaadaardigheid toont zich in disproportionele reactie. Speldenprikken worden tot wespensteken. Goedbedoelde opmerkingen of vragen kunnen rekenen op een achterdochtige ontvangst. Onderhuids broeit altijd de behoefte om terug te slaan. En vergevingsgezindheid blijft de grote onbekende.


Hoe te reageren op de giftige aanvallen van kwaadaardige lieden? Marcus Aurelius: ‘De beste manier om je op iemand te wreken, is niet te worden zoals hij.’


Revisiting Kant (& Darwin)


De wereld voor mij. Wie is het ‘mij’ in ‘de wereld voor mij’? Een denkend Ik? Hoe de wereld denkend aan mij verschijnt?
Lastig om me te blijven realiseren: de werkelijkheid, ook die van mijzelf, is méér dan mijn gedachten erover, méér dan wat ik denkend kan bevatten, en zeker méér dan ik denkend in mijn greep meen te hebben.
Denktaligheid is dermate dominant in hoe ik de werkelijkheid beleef (alleen al door het benoemen van wat ik waarneem), dat het welhaast vanzelfsprekend is om de werkelijkheid als een denkconstructie te beschouwen: een constructie waarvan ik weliswaar het denkgehalte nog niet geheel vat, maar met enige moeite en studie, en nadenken, en nog meer studie, et cetera, zou dat toch moeten lukken, - althans, dat is het idee, een verleidelijk idee!
Maar wat als de werkelijkheid helemaal geen denkconstructie is en wanneer zij zich niet houdt aan onze pogingen tot onderwerping? Wat als al onze denkende machtsgrepen mislukken en schipbreuk leiden op de werkelijkheid? (Kennelijk zijn wij nog wel in staat om ons dit te realiseren! Wat volgt daaruit?)


Menswaardigheid.  Gaat de techniek het overnemen? Worden robots de volgende levensvorm? Zijn wij mensen een overgangsfiguur, een tussenstadium tussen dieren en lerende machines? Zal een samenwerkend netwerk van intelligente machines uiteindelijk de ‘mind of the universe’ vormen?
Ik blijf moeite houden met dit vooruitzicht. Niet dat wij het laatste stadium in de evolutie zouden zijn, maar wel dat ‘deep learning’ robots het zullen overnemen.
Ten eerste blijf ik me afvragen of robots werkelijk te vergelijken zijn met mensen. Okay, een auto kan sneller dan een mens, maar is hij daarmee een soort mens geworden? Okay, een computer kan sneller rekenen dan een mens, maar is hij daarmee een soort mens geworden? Okay, informatie-verwerkende machines kunnen meer en sneller ‘leren’ dan een mens, maar zijn ze daarmee ook menselijk geworden?
En waarom zouden we onszelf überhaupt overbodig willen maken?! Wie van de wetenschappers is bereid om te zeggen dat zijn léven mag worden ingenomen door een robot, omdat deze beter functioneert en ‘leeft’ dan hij?
M.a.w., als je mensen met robots vergelijkt, wat is dan het criterium waarop je beide met elkaar vergelijkt? Blijven we met dat criterium ook zicht houden op menswaardigheid? Of hebben we het criterium aangepast aan hetgeen robots kunnen, met veronachtzaming van menswaardig leven?
Uiteraard blijf ik geïnteresseerd in de ontwikkelingen in wetenschap en technologie. Tegelijk blijf ik mijn vraagtekens hebben bij het ‘mensbeeld’ van wetenschappers, wanneer zij menen dat robots onze opvolgers zullen zijn. Wat maakt ons tot mens? En wanneer heet een leven menswaardig te zijn? Valt dat te máken, en dus over te nemen door lerende machines? (Voordeel van deze nieuwe ontwikkelingen: dat deze vragen opnieuw gesteld en belangrijk worden!)
Gelukkig moeten de vergezichten van wetenschappers allemaal nog bewezen worden, óók de voorspelling dat er binnenkort robots kunnen worden gemaakt die méér mens zijn dan wijzelf, of dat zij zichzelf zo kunnen maken. Of is er toch reden tot bezorgdheid, voor een wereld waarin machines het zullen overnemen?


Hoever zullen wetenschap en technologie komen in het namaken van een mens (al dan niet in verbeterde versie, een mens 2.0)?
Vooralsnog ga ik ervan uit dat een mens als organisme niet volledig kan worden nagebouwd als robot, en wel omdat het organisme (met bijbehorend bewustzijn) iets anders is dan een ingewikkeld apparaat. Het menselijk bewustzijn is organisch en gesitueerd, en niet mechanisch en geconstrueerd.
Op het eerste gezicht lijkt het me onzinnig om een bewustzijn dat is ingebed in en voortkomt uit een levend organisme vergelijkbaar zou zijn met een ‘bewustzijn’ (als je dat al zo kunt noemen) dat wordt voortgebracht door een mechanisch apparaat. Hoe ingenieus het laatste ook mag zijn, de mogelijkheidsvoorwaarden zijn volstrekt anders.
Maar misschien heb ik ongelijk. Ontwikkelingen in wetenschap en technologie zullen uiteindelijk het bewijs leveren welk mensbeeld gelijk heeft: óf een mens blijkt volledig namaakbaar, óf er blijft iets ontsnappen aan alle namaakpogingen. (En wat is dat dan?)
Dus laat wetenschappers en techneuten vooral tot het uiterste gaan, dan zullen we meer inzicht krijgen in een aantal fundamentele vragen over leven en menszijn! Zolang we het leefbaar houden voor mensen en andere levende wezens, zou ik zeggen: spannend! Ik ben zeer benieuwd naar de uitkomst!


Survival of the fittest? In de strijd om de toekomst leg ik de nadruk op ‘menswaardig leven’, omdat ik niet zie waarom wij mensen voor minder zouden moeten gaan. Evolutie is ook een ‘struggle’ om te overleven. En dan zet ik in op een menswaardig bestaan.
Waarom zou ik me als mens aanpassen aan robots? Het is uiteraard nog een volkomen imaginaire strijd, tussen mensen en robots, maar waarom zouden mensen zichzelf (en wat hen dierbaar is) zomaar opgeven ter wille van wat robots het beste uitkomt?
Deze kwestie lijkt me sowieso van belang, ook nu robots qua intelligentie nog nauwelijks een partij zijn voor mensen, maar wel een steeds grotere rol spelen in de dagelijkse gang van zaken (m.n. in automatisering).
Wordt het niet tijd dat we onze macht over de machines herbevestigen, in plaats van als een soort Charlie Chaplin in ‘Modern Times’ ons te voegen naar de machine? Vervang Charlie’s fabrieksmachine door ICT (computers, internet, sociale media, etc) en er is alle reden om ons opnieuw af te vragen wat een ‘menswaardig leven’ betekent, in deze tijd!


Wellicht dat we door de ontwikkeling van robots anders zullen gaan denken over leven en menszijn. Waar ik me tegen verzet is een wereld waarin we de menselijke maat uit handen geven, door ons leven meer en meer aan te passen aan wat robots kunnen (en wat niet) en aan machinale logica. Bijvoorbeeld door procedures en protocollen te ontwikkelen die door computers kunnen worden gecontroleerd en hen aldus te laten ‘beslissen’ over vragen die ons direct aangaan. Inzake gezondheid. Inzake voorzieningen. Inzake ethische en politieke kwesties. Willen we dat?


Wanneer we computerberekeningen beslissend gaan laten zijn in zaken die de leefbaarheid betreffen, dan hebben we ons lot vrijwillig in handen gelegd van wat een robot goeddunkt, zelfs al kan hij niet denken of voelen. Dan hebben wij onszelf onderworpen aan de kille dominantie van hersenloze machines, zelfs nog voordat er sprake is van een verdere stap in de evolutie.


Een verdergaande stap in emancipatie en menswording is mogelijk wanneer we de neiging tot zelfonderwerping aan de machinale ‘mind’ onderkennen, bestrijden, en omzetten in de wil om heer en meester te blijven (of wederom te worden) over onze eigen schepping, namelijk robots.


Zijn wij biologische machines? Zo beleef ik mijzelf niet. Is dat niet al een groot verschil met niet-levende machines? Kunnen zij duidelijk maken dat zij zus of zo beleven? Waaruit blijkt überhaupt dat er sprake is van beleving bij niet-levende machines?


Speculatie: is dat niet de moeilijkheid met vrijwel alle uitspraken over robots en andere vormen van artificiële intelligentie?
Is er überhaupt sprake van intelligentie bij zgn artificiële intelligentie? Wat is die ‘intelligentie’ dan? Wat is zij bij robots méér dan een geautomatiseerd complex van nullen en enen?
Ik snap dat het verleidelijk is om machines die taken kunnen ‘doen’ die ook wij uitvoeren (zoals rekenen) te vermenselijken, en hen menselijke vermogens toe te dichten, zoals intelligentie en denken, maar is dat wel terecht? Als het bewolkt is, kunnen we zeggen dat de zon ‘er niet in slaagt om door het wolkendek heen te breken’. Heel mooi gezegd, maar slaat het ergens op? Sinds wanneer ‘wil’ de zon iets? Is de zon iets met intenties? En een computer dan?
Om niet door ons eigen taalgebruik in de maling te worden genomen, zou ik wat de capaciteiten van machines (inclusief robots) betreft, graag zo lang mogelijk het woordje ‘alsof’ blijven hanteren: zij functioneren alsof zij over intelligentie beschikken en alsof zij denken. Totdat het anders blijkt te zijn. 


Waarom stem ik in met pogingen om continuïteit aan te tonen tussen mensen en andere dieren, en waarom verzet ik me tegen soortgelijke pogingen met robots? Met dieren voel ik verwantschap, met robots geen enkele. Is dat gevoel relevant?

No comments:

Post a Comment