Een
levensvisie is geen ‘gegeven’, te ontdekken
wanneer je maar open genoeg naar het leven ‘luistert’. Zij is een stellingname,
een antwoord op de vraag hoe je wilt
leven.
Ik weiger
mee te gaan in filosofie en spiritualiteit die werkt als verhullende ideologie
of als tranquillizer. Ik wil (werken aan) een levensvisie die vertrouwen geeft,
ook in het eigen kritische vermogen, in het vermogen tot handelen, en in de
mogelijkheid tot opstand!
Reïncarnatie is een afvoerputje voor moreel ongenoegen en
maatschappelijke frustratie: door het probleem te verplaatsen naar eerdere én
latere levens, ben je gevrijwaard van de noodzaak om er iets aan te doen.
Anderen blijven buiten schot. En ook cultureel-maatschappelijk blijft alles bij
het oude. Het enige waar je je druk om hoeft te maken is je eigen mentaliteit
en attitude.
Voordeel
van een religie: zij weet een gemeenschap te mobiliseren. En als het moet:
snel! De macht van een gedeelde identiteit: solidariteit.
Wanneer
kun je zeggen dat een levensbeschouwing of religie achterhaald is?
Origineel willen zijn (met ‘willen’ als in ‘moeten’) is de
handrem op spelende creativiteit.
Kwaadaardigheid toont zich in disproportionele reactie.
Speldenprikken worden tot wespensteken. Goedbedoelde opmerkingen of vragen
kunnen rekenen op een achterdochtige ontvangst. Onderhuids broeit altijd de
behoefte om terug te slaan. En vergevingsgezindheid blijft de grote onbekende.
Hoe te reageren op de giftige aanvallen van kwaadaardige lieden? Marcus Aurelius: ‘De beste manier om je op iemand te wreken, is niet te worden zoals hij.’
Hoe te reageren op de giftige aanvallen van kwaadaardige lieden? Marcus Aurelius: ‘De beste manier om je op iemand te wreken, is niet te worden zoals hij.’
Revisiting Kant (&
Darwin)
De wereld voor mij.
Wie is het ‘mij’ in ‘de wereld voor mij’? Een denkend Ik? Hoe de wereld denkend
aan mij verschijnt?
Lastig om me te blijven realiseren: de werkelijkheid, ook
die van mijzelf, is méér dan mijn gedachten erover, méér dan wat ik denkend kan
bevatten, en zeker méér dan ik denkend in
mijn greep meen te hebben.
Denktaligheid is dermate dominant in hoe ik de werkelijkheid
beleef (alleen al door het benoemen van wat ik waarneem), dat het welhaast
vanzelfsprekend is om de werkelijkheid als een denkconstructie te beschouwen:
een constructie waarvan ik weliswaar het denkgehalte nog niet geheel vat, maar
met enige moeite en studie, en nadenken, en nog meer studie, et cetera, zou dat
toch moeten lukken, - althans, dat is het idee, een verleidelijk idee!
Maar wat als de werkelijkheid helemaal geen denkconstructie
is en wanneer zij zich niet houdt aan onze pogingen tot onderwerping? Wat als
al onze denkende machtsgrepen mislukken en schipbreuk leiden op de
werkelijkheid? (Kennelijk zijn wij nog wel in staat om ons dit te realiseren!
Wat volgt daaruit?)
Menswaardigheid. Gaat de techniek het overnemen? Worden robots
de volgende levensvorm? Zijn wij mensen een overgangsfiguur, een tussenstadium
tussen dieren en lerende machines? Zal een samenwerkend netwerk van
intelligente machines uiteindelijk de ‘mind of the universe’ vormen?
Ik blijf moeite houden met dit vooruitzicht. Niet dat wij
het laatste stadium in de evolutie zouden zijn, maar wel dat ‘deep learning’
robots het zullen overnemen.
Ten eerste blijf ik me afvragen of robots werkelijk te
vergelijken zijn met mensen. Okay, een auto kan sneller dan een mens, maar is
hij daarmee een soort mens geworden? Okay, een computer kan sneller rekenen dan
een mens, maar is hij daarmee een soort mens geworden? Okay,
informatie-verwerkende machines kunnen meer en sneller ‘leren’ dan een mens,
maar zijn ze daarmee ook menselijk geworden?
En waarom zouden we onszelf überhaupt overbodig willen
maken?! Wie van de wetenschappers is bereid om te zeggen dat zijn léven mag
worden ingenomen door een robot, omdat deze beter functioneert en ‘leeft’ dan
hij?
M.a.w., als je mensen met robots vergelijkt, wat is dan het
criterium waarop je beide met elkaar vergelijkt? Blijven we met dat criterium
ook zicht houden op menswaardigheid? Of hebben we het criterium aangepast aan
hetgeen robots kunnen, met veronachtzaming van menswaardig leven?
Uiteraard blijf ik geïnteresseerd in de ontwikkelingen in
wetenschap en technologie. Tegelijk blijf ik mijn vraagtekens hebben bij het
‘mensbeeld’ van wetenschappers, wanneer zij menen dat robots onze opvolgers
zullen zijn. Wat maakt ons tot mens? En wanneer heet een leven menswaardig te
zijn? Valt dat te máken, en dus over te nemen door lerende machines? (Voordeel
van deze nieuwe ontwikkelingen: dat deze vragen opnieuw gesteld en belangrijk
worden!)
Gelukkig moeten de vergezichten van wetenschappers allemaal
nog bewezen worden, óók de voorspelling dat er binnenkort robots kunnen worden
gemaakt die méér mens zijn dan wijzelf, of dat zij zichzelf zo kunnen maken. Of
is er toch reden tot bezorgdheid, voor een wereld waarin machines het zullen
overnemen?
Hoever zullen wetenschap en technologie komen in het namaken
van een mens (al dan niet in verbeterde versie, een mens 2.0)?
Vooralsnog ga ik ervan uit dat een mens als organisme niet
volledig kan worden nagebouwd als robot, en wel omdat het organisme (met
bijbehorend bewustzijn) iets anders is dan een ingewikkeld apparaat. Het
menselijk bewustzijn is organisch en gesitueerd, en niet mechanisch en
geconstrueerd.
Op het eerste gezicht lijkt het me onzinnig om een
bewustzijn dat is ingebed in en voortkomt uit een levend organisme
vergelijkbaar zou zijn met een ‘bewustzijn’ (als je dat al zo kunt noemen) dat
wordt voortgebracht door een mechanisch apparaat. Hoe ingenieus het laatste ook
mag zijn, de mogelijkheidsvoorwaarden zijn volstrekt anders.
Maar misschien heb ik ongelijk. Ontwikkelingen in wetenschap
en technologie zullen uiteindelijk het bewijs leveren welk mensbeeld gelijk
heeft: óf een mens blijkt volledig namaakbaar, óf er blijft iets ontsnappen aan
alle namaakpogingen. (En wat is dat dan?)
Dus laat wetenschappers en techneuten vooral tot het
uiterste gaan, dan zullen we meer inzicht krijgen in een aantal fundamentele
vragen over leven en menszijn! Zolang we het leefbaar houden voor mensen en
andere levende wezens, zou ik zeggen: spannend! Ik ben zeer benieuwd naar de
uitkomst!
Survival of the fittest?
In de strijd om de toekomst leg ik de nadruk op ‘menswaardig leven’, omdat ik
niet zie waarom wij mensen voor minder zouden moeten gaan. Evolutie is ook een
‘struggle’ om te overleven. En dan zet ik in op een menswaardig bestaan.
Waarom zou ik me als mens aanpassen aan robots? Het is
uiteraard nog een volkomen imaginaire strijd, tussen mensen en robots, maar
waarom zouden mensen zichzelf (en wat hen dierbaar is) zomaar opgeven ter wille
van wat robots het beste uitkomt?
Deze kwestie lijkt me sowieso van belang, ook nu robots qua
intelligentie nog nauwelijks een partij zijn voor mensen, maar wel een steeds
grotere rol spelen in de dagelijkse gang van zaken (m.n. in automatisering).
Wordt het niet tijd dat we onze macht over de machines
herbevestigen, in plaats van als een soort Charlie Chaplin in ‘Modern Times’
ons te voegen naar de machine? Vervang Charlie’s fabrieksmachine door ICT (computers,
internet, sociale media, etc) en er is alle reden om ons opnieuw af te vragen
wat een ‘menswaardig leven’ betekent, in deze tijd!
Wellicht dat we door de ontwikkeling van robots anders
zullen gaan denken over leven en menszijn. Waar ik me tegen verzet is een
wereld waarin we de menselijke maat uit handen geven, door ons leven meer en
meer aan te passen aan wat robots kunnen (en wat niet) en aan machinale logica.
Bijvoorbeeld door procedures en protocollen te ontwikkelen die door computers
kunnen worden gecontroleerd en hen aldus te laten ‘beslissen’ over vragen die
ons direct aangaan. Inzake gezondheid. Inzake voorzieningen. Inzake ethische en
politieke kwesties. Willen we dat?
Wanneer we computerberekeningen beslissend gaan laten zijn in zaken die de leefbaarheid betreffen,
dan hebben we ons lot vrijwillig in handen gelegd van wat een robot goeddunkt,
zelfs al kan hij niet denken of voelen. Dan hebben wij onszelf onderworpen aan
de kille dominantie van hersenloze machines, zelfs nog voordat er sprake is van
een verdere stap in de evolutie.
Een verdergaande stap in emancipatie en menswording is
mogelijk wanneer we de neiging tot zelfonderwerping aan de machinale ‘mind’
onderkennen, bestrijden, en omzetten in de wil om heer en meester te blijven
(of wederom te worden) over onze eigen schepping, namelijk robots.
Zijn wij biologische machines? Zo beleef ik mijzelf niet. Is
dat niet al een groot verschil met niet-levende machines? Kunnen zij duidelijk
maken dat zij zus of zo beleven?
Waaruit blijkt überhaupt dat er sprake is van beleving bij niet-levende
machines?
Speculatie: is dat niet de moeilijkheid met vrijwel alle
uitspraken over robots en andere vormen van artificiële intelligentie?
Is er überhaupt sprake van intelligentie bij zgn artificiële intelligentie? Wat is die
‘intelligentie’ dan? Wat is zij bij robots méér dan een geautomatiseerd complex
van nullen en enen?
Ik snap dat het verleidelijk is om machines die taken kunnen
‘doen’ die ook wij uitvoeren (zoals rekenen) te vermenselijken, en hen menselijke
vermogens toe te dichten, zoals intelligentie en denken, maar is dat wel
terecht? Als het bewolkt is, kunnen we zeggen dat de zon ‘er niet in slaagt om door
het wolkendek heen te breken’. Heel mooi gezegd, maar slaat het ergens op? Sinds
wanneer ‘wil’ de zon iets? Is de zon iets met intenties? En een computer dan?
Om niet door ons eigen taalgebruik in de maling te worden
genomen, zou ik wat de capaciteiten van machines (inclusief robots) betreft, graag
zo lang mogelijk het woordje ‘alsof’ blijven hanteren: zij functioneren alsof zij over intelligentie beschikken
en alsof zij denken. Totdat het
anders blijkt te zijn.
Waarom stem ik in met pogingen om continuïteit aan te tonen
tussen mensen en andere dieren, en waarom verzet ik me tegen soortgelijke
pogingen met robots? Met dieren voel ik verwantschap, met robots geen enkele. Is
dat gevoel relevant?
No comments:
Post a Comment