Tuesday, December 20, 2016

19 december 2016: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (IV)

Menselijke conditie. We leven in een tijd van ongekende transitie, aangedreven door een technologie die alles wat erdoor wordt aangeraakt lijkt te transformeren, de computer- en informatietechnologie. Een tijd waarin niets dat eerder zeker en stabiel leek, zal blijven zoals het was, inclusief democratie en religie. Wat zal allemaal ten onder gaan, en wat zich vernieuwen? Is er iets dat bij het oude zal blijven? En welke ruimte komt vrij voor wat nog geen vergelijk kent? De vraag open houden bevalt me het meest.


Werk. Het enige dat echt toekomst heeft in deze tijd van toenemende automatisering: iets doen wat een machine, robot of computer niet kan, of niet op menswaardige wijze.


Wanneer progressieve politiek niet meer door links wordt verdedigd, zal (extreem) rechts de thematiek overnemen, zij het met heel andere bedoelingen.


Basis van democratie is niet de meerderheidsbeslissing, maar het gedeelde vertrouwen in het proces van het met elkaar oneens zijn. Wanneer pluraliteit niet meer wordt gewaardeerd, is de democratie ter ziele.


De ambivalente mens: verandering verwelkomen, uitnodigen, opzoeken, en tegelijk het eeuwige en blijvende zoeken. Bijvoorbeeld in kunst.


‘Conventioneel leven’ betekent in deze tijd: impulsief leven. Betekende het eerder dat men braaf volgens de regels leefde en aldus kritiekloos de heersende waarden en normen reproduceerde, nu wordt de heersende orde gereproduceerd door zogenaamd ‘spontaan’ te leven en kritiekloos de eigen impulsen te laten bespelen door alles wat zich aandient. Bijvoorbeeld door met z’n ‘vrije mening’ te reageren op wat er in het nieuws is. Bijvoorbeeld door entertainment tot massa-events te maken. Bijvoorbeeld door in hypes mee te gaan, of zich er juist van af te keren, - reactie is buitengewoon conventioneel. De ‘brave burger’ van nu laat zich gewillig leiden door de media en pr-machines van bedrijven, politiek en nieuwsorganisaties. Ook kritiek zit met handen en voeten vast aan hetgeen waarop wordt gereageerd.


Dierentuin. Je kunt maar beter een kraai of een spreeuw zijn en heel gewoontjes, anders word je in een kooi gestopt en tentoongesteld, om te worden bekeken door het grote publiek.


Wat maakt een filosoof geschikt om mee te praten over cultureel-maatschappelijke kwesties? Dat hij heeft nagedacht? Ik hoop dat hij niet de enige is. Dat hij de opvattingen van andere filosofen heeft bestudeerd? Dan gaat het dus niet om de zijne. Dat hij kritisch heeft leren denken? Ook dan gaat het dus niet om zijn opvatting. Wat maakt een filosoof méér geschikt dan anderen met een mening?


Droom: een beeldend gedachte-experiment. Zou kunst als een droom kunnen zijn?


Een mooi ding maakt nog geen mooie foto.


Fotograferen begint bij het onderscheid maken tussen een foto van iets en een foto als beeld. Beide kunnen in één foto, maar het blijven verschillende manieren van kijken.


Revisiting Kant (en Nietzsche):

Ecce homo. Is er reden om in mijn kijk op menszijn van iets anders uit te gaan dan van een gezond organisme waar in principe niets mis mee is?


Voor wie al zijn vertrouwen heeft gesteld in een Hemelse Vader die in al het goede volmaakt is (en met name liefde en rechtvaardigheid), moet de gedachte dat Hij niet zou bestaan een absoluut schrikbeeld zijn. Maar ja, als dat dan toch zo is, wat dan?


Is nihilisme de noodzakelijke uitkomst van het niet langer geloven in de God van het monotheïsme?
Wel als je er eerder heilig in geloofde, ja. Wanneer je universum in eerste instantie is georganiseerd rond een zingevend centrum, opgevat als eerste oorzaak van alles, dan verandert er uiteraard ongelofelijk veel wanneer die bron wegvalt. Het is alsof je de zon hebt gedoofd: het aardse bestaan blijft dan kil, koud en richtingloos achter.
En ja, nihilisme blijft een probleem voor wie het daarbij laat. Echter, moet je het daarbij laten?
Een groot deel van de mensheid, vroeger en ook nu, gaat niet uit van een zingevend centrum, ‘God’ geheten, als eerste oorzaak van alles. Denk aan de miljarden aanhangers van Boeddhisme, Hindoeïsme en Taoïsme. Ook in Europa zijn er mensen geweest, waaronder tal van filosofen, die de zinvraag beantwoordden met het leven zelf. Allemaal nihilisten?


Kun je van filosofen die hun hele bestaanszekerheid (inclusief financiën, carrière en erkenning) ontlenen aan het bestaan van een God, verwachten dat zij open staan voor twijfel?


Nihilisme is een product van monotheïsme. Het verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra het geloof in een godheid irrelevant is geworden.


Godsdienst zonder nihilisme is als kaarslicht zonder schaduw. Blaas hem uit en beide zijn verdwenen.


Alsof. Wanneer ik theologen godsdienstige thema’s hoor uitleggen, dan hoor ik nauwelijks verschil met hoe mijn zoontje praat over zijn games. Het enige verschil is dat mijn zoontje weet dat het een spel is waar hij over praat, en de theologen niet, - althans, daar heeft het alle schijn van.


Metafysica. Waarom oogt het zo wanhopig wanneer ná Nietzsche gepoogd wordt om God alsnog met bewijzen te redden van de dood? Alle Verlichting ten spijt, inclusief Kant’s monumentale Kritieken, blijven zelfs filosofen beweringen doen die vooral een vrucht zijn van wensdenken en veel verbeelding! Hoe kan het dat zij zonder blikken of blozen alle kritische analyses naast zich neerleggen en blijven gaan voor metaforen en ‘fantastische’ redeneringen alsof de hele moderniteit niet heeft bestaan? Is het omdat wij allesbehalve rationele wezens zijn? Stemmen wij in met een opvatting (of juist niet) om affectieve ‘redenen’, om er vervolgens de gepaste argumenten bij te zoeken?

No comments:

Post a Comment