Het leven is geen filosofie of kunst. Het gaat zijn eigen
gang, en houdt zich aan regels van geen van beide. En het is de vraag of er
iets te ontdekken valt ‘in’ het
leven, als aanwijzing of programma voor een goed of mooi leven.
Het leven is niet alleen maar mooi (veel is niet mooi,
eerder gruwelijk), maar schoonheid is wel nodig, om te compenseren, om niet te
verzuren, om het hart te verzachten.
Filosofie en kunst: om het leven uit te houden, om het de
moeite waard te laten zijn en om een daad te stellen, d.w.z. handelen, als
opstand, in naam van wat waardevol is.
Revisiting Kant
De wereld op zich.
Kant heeft niet alleen ruimte gemaakt voor geloof, maar ook en vooral voor
wetenschap! De enige toegang die wij hebben tot de ‘wereld op zich’, d.w.z. los
van hoe wij de wereld beleven en waarderen, is wetenschap.
Is er een noodzaak voor een seculier om te bewijzen dat er niet zoiets bestaat als een God? Ik heb
mij altijd verbaasd over deze eis, komend van assertieve godgelovigen. Waarom
zou ik me druk maken over een zaak die ik irrelevant acht? Bovendien, goden
bestaan wel degelijk, namelijk in de verbeelding van iedereen die erin gelooft.
Het is dus tamelijk onzinnig om te beweren dat God niet bestaat.
De vragen waarop God een mogelijk antwoord is, zijn
doorgaans niet onzinnig. Belangrijk is wel hoe de vragen zijn gesteld en welk
existentieel gewicht eraan wordt gehangen.
De vraag naar het ontstaan van het heelal, bijvoorbeeld, is
interessant, en er zijn ondertussen tal van antwoorden op geformuleerd, maar is
het ook een vraag van levensbelang?
Godgelovigen willen me doen geloven van wel, maar ik kan prima leven zonder een
antwoord op deze vraag. Sterker nog: de vraag heeft me nog nooit beziggehouden,
behalve in het kader van wetenschappelijke curiositeit. Het feit dat de
antwoorden die in de natuurwetenschap worden gegeven op deze vraag nog steeds
volop in ontwikkeling zijn, maakt de vraag des te interessanter, maar wordt zij
daarmee ook existentieel relevant?
De grootste makke van discussies over God is dat deelnemers
een geheel verschillend belang hechten aan de kwestie, en dat seculieren zich
te gemakkelijk laten verleiden tot een hypothetische discussie over een vraag
die voor hen helemaal niet speelt. Andersom geldt dat godgelovigen er goed in
zijn om de discussie te framen met vragen die (volgens hen) iedereen zou moeten aangaan, terwijl dat helemaal
niet het geval is, en zeker niet in de vorm waarin zij de kwestie gieten.
Wanneer mij gevraagd wordt te bewijzen dat God (Allah of
Jahweh) niet bestaat, is mijn wedervraag: vanwaar de vraag? Waarom zou ik
erover nadenken? Enzovoorts.
Mochten we het eens worden over een beginvraag die we allebei even belangrijk vinden, inclusief formulering, dan wordt het wellicht interessant om haar gezamenlijk te onderzoeken. De vraag naar het bestaan van een God is in ieder geval niet zo’n beginvraag.
Mochten we het eens worden over een beginvraag die we allebei even belangrijk vinden, inclusief formulering, dan wordt het wellicht interessant om haar gezamenlijk te onderzoeken. De vraag naar het bestaan van een God is in ieder geval niet zo’n beginvraag.
No comments:
Post a Comment