Tuesday, March 14, 2017

14 maart 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (XIII)

Het leven is geen filosofie of kunst. Het gaat zijn eigen gang, en houdt zich aan regels van geen van beide. En het is de vraag of er iets te ontdekken valt ‘in’ het leven, als aanwijzing of programma voor een goed of mooi leven.


Het leven is niet alleen maar mooi (veel is niet mooi, eerder gruwelijk), maar schoonheid is wel nodig, om te compenseren, om niet te verzuren, om het hart te verzachten.


Filosofie en kunst: om het leven uit te houden, om het de moeite waard te laten zijn en om een daad te stellen, d.w.z. handelen, als opstand, in naam van wat waardevol is.


Revisiting Kant


De wereld op zich. Kant heeft niet alleen ruimte gemaakt voor geloof, maar ook en vooral voor wetenschap! De enige toegang die wij hebben tot de ‘wereld op zich’, d.w.z. los van hoe wij de wereld beleven en waarderen, is wetenschap.


Is er een noodzaak voor een seculier om te bewijzen dat er niet zoiets bestaat als een God? Ik heb mij altijd verbaasd over deze eis, komend van assertieve godgelovigen. Waarom zou ik me druk maken over een zaak die ik irrelevant acht? Bovendien, goden bestaan wel degelijk, namelijk in de verbeelding van iedereen die erin gelooft. Het is dus tamelijk onzinnig om te beweren dat God niet bestaat.
De vragen waarop God een mogelijk antwoord is, zijn doorgaans niet onzinnig. Belangrijk is wel hoe de vragen zijn gesteld en welk existentieel gewicht eraan wordt gehangen.
De vraag naar het ontstaan van het heelal, bijvoorbeeld, is interessant, en er zijn ondertussen tal van antwoorden op geformuleerd, maar is het ook een vraag van levensbelang? Godgelovigen willen me doen geloven van wel, maar ik kan prima leven zonder een antwoord op deze vraag. Sterker nog: de vraag heeft me nog nooit beziggehouden, behalve in het kader van wetenschappelijke curiositeit. Het feit dat de antwoorden die in de natuurwetenschap worden gegeven op deze vraag nog steeds volop in ontwikkeling zijn, maakt de vraag des te interessanter, maar wordt zij daarmee ook existentieel relevant?
De grootste makke van discussies over God is dat deelnemers een geheel verschillend belang hechten aan de kwestie, en dat seculieren zich te gemakkelijk laten verleiden tot een hypothetische discussie over een vraag die voor hen helemaal niet speelt. Andersom geldt dat godgelovigen er goed in zijn om de discussie te framen met vragen die (volgens hen) iedereen zou moeten aangaan, terwijl dat helemaal niet het geval is, en zeker niet in de vorm waarin zij de kwestie gieten.
Wanneer mij gevraagd wordt te bewijzen dat God (Allah of Jahweh) niet bestaat, is mijn wedervraag: vanwaar de vraag? Waarom zou ik erover nadenken? Enzovoorts.
Mochten we het eens worden over een beginvraag die we allebei even belangrijk vinden, inclusief formulering, dan wordt het wellicht interessant om haar gezamenlijk te onderzoeken. De vraag naar het bestaan van een God is in ieder geval niet zo’n beginvraag.

No comments:

Post a Comment