Sunday, March 5, 2017

5 maart 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (XII)

Menselijkheid gebeurt in de ervaring, niet op het niveau van ideeën.


De stad als emancipatiemachine: geconfronteerd worden met mensen met een andere leef- en denkwijze, ermee moeten leven, en tegelijk ervaren dat we op ervaringsniveau heel goed met elkaar kunnen leven. Het betekent: de eigen ideeën en levensvisie weten/leren te relativeren en ondergeschikt maken aan het menselijk contact en leefbaarheid, en dat wederzijds. Er is geen noodzaak om de eigen ideeën etc op te geven, maar wel om ze niet doorslaggevend te laten zijn voor het eigen doen en laten en voor de vraag met wie om te gaan en met wie niet. Participeren in het dynamische leven van een stad is het tegendeel van zich verschansen in een eigen wereld waarin ideeën en levensvisie de grens uitmaken.


Bijna alle kinderen zijn fotogeniek. Volwassenen daarentegen zijn het zelden nog. Wat is er gebeurd? Teveel gegeten?


Is er reden om onszelf, als mens, op te vatten als radicaal verschillend van al het andere dat bestaat? Bewustzijn? Waarom zou bewustzijn niet een variant zijn op de energie die immanent is aan alle dingen?


In het handelen onthult zich het mogelijke, terwijl het in het denken slechts een optie is naast andere.


Waarheid wordt geacht iets te onthullen. En: een gebeurtenis onthult. Een onthullende combinatie!


Waarheid is een gebeuren dat mij verandert.


Waarheid is hetgeen zich onthult. Hoe, waar en wanneer onthult het zich? In een gebeurtenis.
Hoe kan ik actief betrokken raken in het waarheid-onthullende gebeuren? Door te handelen.
Denken alleen denkt mogelijkheden, opties. Alleen handelingen en gebeurtenissen tonen wat die mogelijkheden waard zijn.


De onmacht van de reflectie: alleen in handelen onthult zich iets nieuws, iets dat eerder niet gedacht werd, of indien gedacht zonder betekenis bleef.


Geen geleerdenfilosofie. Mijn filosofische queeste, opgevat als wijsbegeerte, wil ik wortelen in gebeurtenissen, waar ik mij handelend toe verhoud of die ik zelf teweegbreng, benieuwd naar wat zij aan waarheid onthullen.


Als filosoof: met wiens legitimering ben ik eigenlijk bezig?


Transsubstantiatie. In het kindeke Jezus vereert de gelovige het kind, zoals hij in Maria de moeder vereert en in de lijdende Jezus de mens die lijdt.


Alleen al het nuchtere feit dat er zoveel verschillende levensvisies bestaan (godsdiensten, levensbeschouwingen, filosofieën), met aanhangers die voluit overtuigd zijn van het eigen gelijk, maakt het twijfelachtig dat een van deze visies volkomen gelijk heeft.


Alles bestaat. De vraag is hoe. De leugen bestaat, zoals ook Harry Potter bestaat, evenals God.


Revisiting Kant (en Nietzsche)


‘Dus’? Heeft Kant het ‘ding op zich’ geconcipieerd om het bovennatuurlijke mogelijk te houden? Wat is anders de betekenis van ‘Ik moest dus het weten opheffen, om plaats te verkrijgen voor het geloof’? Met andere woorden: is het Kant’s vooringenomenheid die ons heeft opgescheept met de onkenbaarheid van de dingen? – een onmogelijk concept dat desalniettemin buitengewoon vruchtbaar is gebleken, met name om iets anders dan het denkbare te concipiëren!


Is een waarheid die moet worden bewezen om waar te zijn het leven wel waard? Vormen argumenten voor een levende waarheid niet een performatieve tegenspraak? Zij behoeft lyriek, en uitleg voor de geïnteresseerde, en kritisch onderzoek voor wie er last van heeft.


No comments:

Post a Comment