Is de basis van het leven doffe, zich herhalende ellende? En
de grootste vergissing te geloven dat permanent geluk mogelijk is?
Revolutie heeft alleen zin in extreem schrijnende
omstandigheden, welke tot extreme daden motiveren. Wanneer een revolutie haar
werk heeft gedaan, door de gegeven werkelijkheid radicaal te wijzigen
(bijvoorbeeld door een dictator af te zetten en tirannieke machtsverhoudingen
te doorbreken), is zij niet langer zinvol, ook al geloven haar voltrekkers er nog steeds in. Revolutie belooft een
afrekening én een paradijs tegelijkertijd, en dit gecombineerde verlangen kan
enthousiasmeren tot grootse daden. Echter, een omverwerping stelt slechts in
staat tot een iets betere wereld, een waarin het grootste onrecht onklaar is
gemaakt; méér zal er niet van komen. Wordt desondanks aan revolutie
vastgehouden, dan wordt zij zelf tot bron van onrecht en schaadt zij haar eigen
prestatie. Een radicaal andere wereld is onmogelijk.
Mensen op andere gedachten willen brengen werkt niet,
wanneer niet ook hun gevoelens worden geadresseerd.
Wereldwijde ideeën houd ik niet voor onmogelijk, maar ik mis
de nodige expertise om ze te kunnen bezigen, zonder te vervallen in arrogantie
en betweterige oordelen. Daarom beperk ik mij liever tot hetgeen ik het beste
ken.
Naarmate ik meer van de wereld zie, heb ik er minder een
oordeel over.
Een van de ergste dingen die je als volwassene een kind kunt
aandoen is zgn ‘spontaan’ gedrag: alles doen en zeggen wat in je opkomt. Dat
kinderen zich impulsief gedragen is normaal. Gaandeweg probeer je als ouder hen
ook enige bedachtzaamheid bij te brengen. ‘Bezint eer ge begint’, zoals dat
heet.
Volwassenen begaan een ernstige vergissing wanneer zij zich
tegenover kinderen even ‘spontaan’ gaan gedragen. Niet alleen leren kinderen zo
niet dat enige bezinning nodig is, wil je niet door impulsiviteit ongewild in
de problemen geraken. Kinderen krijgen zo ook allerlei uitingen van volwassenen
te verduren, waar zij geen verweer tegen hebben en die (vaak onbedoeld) nog
heel lang doorwerken: een gefrustreerde opmerking, bijvoorbeeld, een vinnige
reactie die het kind zich aantrekt, of rechtstreeks onverantwoord gedrag.
Voor kinderen staat gedrag van volwassenen model voor hoe je
met een situatie omgaat. Kinderen zijn hongerig naar een gebruiksaanwijzing bij
de wereld. Zij halen die gebruiksaanwijzing niet uit boeken of lesjes, maar uit
gedrag van ouderen.
Helaas realiseren veel ouderen zich nauwelijks welke rol zij
spelen voor kinderen. Erger nog: zij zien het gedrag van kinderen als een
vrijbrief om zich even impulsief te gedragen, - met nauwelijks positieve
gevolgen, integendeel.
Impulsiviteit hoef je kinderen niet te leren, noch hebben ze
daarin bevestiging nodig. Van volwassenen willen ze iets méér leren, iets
anders dan een kopie van hun eigen gedrag.
Filosofisch onderzoek: een soort schaken met de
werkelijkheid, niet om de winst, maar om het spel van wijsbegeerte.
Trainersluiheid. Tal
van praktiserend filosofen weigeren zelf te denken; zij beperken zich tot de
‘kunst van het vragen stellen’. Het eigenlijke denkwerk laten zij over aan
anderen: de deelnemers aan hun filosofische activiteiten.
Foute filosofie: denken om het denken,
gedachte-experimenten, denken zonder vraag, hypothetisch geleuter, gratuit
mogelijkheden opperen, denkspelletjes zonder urgentie, doormodderen met
antwoorden waarbij men vergeten is wat de vraag was; kortom: filosofie zonder
wijsbegeerte.
Revisiting Kant (en
Heidegger):
Het optimisme van de Verlichting, wat betreft de redelijkheid van de mens, blijkt niet meer te zijn dan een wens, een schone gedachte. Niet alleen het terugkerende populisme blijkt telkens weer een ontkenning van dat optimisme; dat geldt ook voor het feit dat verstandige lieden over God & co er nog steeds ideeën op na houden die sinds de Verlichting allang naar het rijk der fabelen zouden moeten zijn verhuisd. Helaas, er is weinig hoop voor de mensheid, behalve de hoop van fata morgana’s.
Het optimisme van de Verlichting, wat betreft de redelijkheid van de mens, blijkt niet meer te zijn dan een wens, een schone gedachte. Niet alleen het terugkerende populisme blijkt telkens weer een ontkenning van dat optimisme; dat geldt ook voor het feit dat verstandige lieden over God & co er nog steeds ideeën op na houden die sinds de Verlichting allang naar het rijk der fabelen zouden moeten zijn verhuisd. Helaas, er is weinig hoop voor de mensheid, behalve de hoop van fata morgana’s.
Heeft Heidegger ooit het Zijn gedacht? Valt het überhaupt te denken,
zonder eraan voorbij te gaan?
Probeert ook de onto-theologie greep te krijgen op de
werkelijkheid, en wel door een ‘hoogste wezen’ (God, substantie, of het
absolute) te postuleren als garantie dat er een ordening van de wereld moet
zijn? – met theologen of filosofen als de poortwachters en raadselduiders van
die ordening.
No comments:
Post a Comment