Thursday, February 2, 2017

2 februari 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (VIII)


Waarmee is een cultuur meer gediend dan met vrije geesten!


Een brug slaan tussen diepgaande verschillen. Hoe menszijn zo te begrijpen dat er geen kloof ontstaat met andersdenkenden, maar integendeel, dat we elkaar kunnen respecteren in ons menszijn, met in achtneming van de verschillen? Hoe de verschillen recht te doen als anders, en toch verwantschap te beleven? Nog dieper gaan!


De kunstwereld is geworden tot een speeltuin zonder duidelijk gezicht of richting. De tijd van avant-garde is voorbij. Er is geen grens meer om te verleggen. Je kunt nog slechts te ver gaan. Wat te doen? Een persoonlijk universum creëren, intrinsiek gemotiveerd, en laten zien wat voor jou het leven de moeite waard maakt!


Het fotografische oog: eerst een foto zien, en hem vervolgens nemen.


Welk recht heb ik om mij niet te bemoeien met de politiek? Is het gerechtvaardigd om mij aan politieke stellingname, plus eventuele actie, te onttrekken in tijden van crisis?


Heb geen politiek antwoord op klimaatcrisis, noch op demografische ontwikkelingen wereldwijd, noch op vertrouwenscrises in moderne democratieën, noch op groeiende kloof tussen arm en rijk, zowel lokaal als wereldwijd. Te veelkantig en teveel dilemma’s. Moreel, ja: ga om met anderen, zoals je zou willen dat anderen met jou omgaan. Maar politiek? Zelfs wanneer ik menselijke waardigheid bovenaan stel – wat ik doe - , dan nog weet ik niet hoe dat politiek te vertalen, zonder in eenzijdigheden te vervallen.


De fata morgana van de veruiterlijking: we zien in alles bewustzijn omdat we ons van alles bewust zijn. Of beter: in alles waarvan we ons bewust zijn, zien we bewustzijn.


Vanwaar dit schrijven allemaal? Waar heeft het voor nodig? Waar is het goed voor? Je zou kunnen zeggen: om mijn ‘programmering’, zoals tot uiting komend in gewoontes in denken en handelen, bij te stellen. (Je kunt het ook ‘karma’ noemen.) Het blijkt niet gemakkelijk om die ‘programmering’ te wijzigen. Het vergt bewustmaking van mijn doen en laten tot nu toe, en een bewust invoeren van nieuwe opties. In eerste instantie door een vernieuwend inzicht te herkauwen en op implicaties en consequenties te onderzoeken, en vervolgens door er stukje bij beetje gevolg aan te geven en door met behulp van reminders gewend te raken aan de verandering. Misschien dat het bij anderen soepeler verloopt, maar bij mij gaat een verandering in denken en handelen vrijwel nooit vanzelf. De macht der gewoonte is sterk en listig, en het vergt forse maatregelen om daar verandering in te brengen, wil ik niet als vanzelf weer terugvallen in oude gewoontes.


Wanneer we religie opvatten als een evolutionaire strategie om vreedzaam samen te kunnen leven, dan behoeft religie een innovatieve verdiepingsslag, als aanpassing aan de nieuwe, multireligieuze situatie waarin Europa is komen te verkeren.


Wat weinig uithaalt, maar wel de gebruikelijke wijze van reageren reflecteert, is moraliseren over Trump, Wilders, LePen etc. Het is het gemakzuchtigste antwoord, en een die de aandacht afleidt van hun opvattingen en plannen. Zolang het over de persoon gaat, gaat het niet over hun politiek.


Deze tijd is een tijd van de groeiende antagonismen, - in het Westen althans. Het is niet zomaar een kwestie van een hoofdstroom met afwijkingen, te wijten aan particulariteiten (als zouden lieden als Wilders, LePen en Trump slechts immorele uitzonderingen zijn). Beide posities worden breed gedeeld; de een kan de ander niet afdoen als dwaasheid. Je kunt dat wel doen, maar het zal niemand overtuigen, behalve degenen die het al vonden, en het gemoraliseer over en weer verandert niets aan de situatie, integendeel: de tegenstelling wordt er slechts door verstevigd. De ene noch de andere partij voelt zich beschaamd over de eigen positie en meent het grootste gelijk aan zijn kant te hebben. Morele verontwaardiging is niet langer het monopolie van een van beide. En voor steeds meer mensen is er geen brug meer naar de andere kant. Men staat onverzoenlijk tegenover elkaar. Het is moeilijk te zien hoe deze situatie nog vreedzaam kan aflopen.


Revisiting Kant (en Hegel):


Menselijke vrijheid. Vrijheid zal ik moeten leren om haar te kunnen nemen. Als het bestaan geen geschapen en georkestreerd geheel is, waarin alles en iedereen z’n bestemming heeft, dan is er dus alle ruimte om er een eigen draai aan te geven! Ook al is die ruimte er altijd al, toch is het niet vanzelfsprekend dat ik haar zal benutten. Wat houdt mij tegen? Of ben ik er simpelweg nog niet aan toe? En wat betekent dat dan, ‘er nog niet aan toe zijn’?


Het meten van vrijheid bij een willekeurige groep individuen (zoals dat gebeurt bij statistisch onderzoek) kan slechts volstrekte onzin opleveren, en wel omdat vrijheid geen gemiddelde kent, maar afhangt van persoonlijke ontwikkeling. En hoe zou je persoonlijke ontwikkeling statistisch willen onderzoeken? Vrijheid en statistiek vormen onvergelijkbare grootheden. Wie dit ontkent, is bereid om mensen te vervangen door robots. Een statisch leven is een mens onwaardig.


Het voor-werkelijk-houden van bovennatuurlijke gedachten is, net als zondebesef, een uiting van het onvermogen om te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven. Leven in een ‘verkeerde wereld’ is onverdraaglijk, zeker voor wie zich de zinvraag stelt. Om zichzelf gemoedsrust te bezorgen, worden bovennatuurlijke gedachten (als projectie van hoe het ook anders kan) gereïficeerd tot een alternatieve wereld die wel deugt.


Wie zonde zegt, zegt zelfafwijzing, als uiting van het onvermogen te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven. En in plaats van dit onvermogen tot een vraag te maken en aan te pakken, wordt de zelfafwijzing aanvaard als een oerfeit, tegelijk met het niet-deugen van het bestaan, inclusief de eigen existentie. Zolang zondebesef wordt gecultiveerd, is het onmogelijk om levenliefhebbend te leven.


Zolang het Zijn een zaak van de geest blijft, blijft het een denkding, en zal het slechts mogelijkheid blijven, zonder daadwerkelijkheid. Het Zijn als denkding blijft altijd iets ‘voor mij’; ik maak er geen deel van uit. Het ‘op zich’ van het Zijn kan geen voorwerp van het denken zijn. Gebeurt dat wel, dan wordt het een ‘voor mij’.


Hechten aan de totale onkenbaarheid van het ‘ding op zich’ veronderstelt het bestaan van een andere wereld dan de natuurlijke. Zij is de opmaat voor een willen denken in termen van een onderscheid tussen een natuurlijke en een bovennatuurlijke werkelijkheid. Niet uitgaan van het bestaan van een bovennatuurlijke werkelijkheid betekent een reset van de hele problematiek. De onkenbaarheid van het ‘ding op zich’ is dan geen issue meer; zij verliest haar existentiële relevantie. De onkenbaarheid van het ‘ding op zich’ hoeft niet meer te worden opengehouden teneinde godgelovigheid concipieerbaar te houden. Dat betekent niet dat het onderscheid irrelevant is geworden. Je kunt er ook een heel andere kant mee op!


Om verder te komen dan Kant, ten einde de problemen van onze tijd adequaat te denken, dienen we een fors aantal van Kant’s probleemstellingen te vergeten. De problemen waarvoor hij zich gesteld zag en de wijze waarop hij ze formuleerde, wortelen in een cultuur die niet meer de onze is. Wat zijn de problemen nu, en hoe ze vruchtbaar te formuleren?


Hoe nog te leren van Hegel? Door hem door de ontnuchteringsmachine van Darwin te halen. Dat wil zeggen: door zijn dialectiek te ontdoen van teleologie.


Hegel denkt als een revolutionair; zijn systeem kan gezien worden als een metafysische opstand: tegen een zinloos universum. Als meesterdenker wil hij een rationaliteit in alles blootleggen, waardoor we ons weer geborgen weten, - en om te kunnen heersen!

No comments:

Post a Comment