Saturday, February 11, 2017

11 februari 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (IX)

Is de basis van het leven doffe, zich herhalende ellende? En de grootste vergissing te geloven dat permanent geluk mogelijk is?


Revolutie heeft alleen zin in extreem schrijnende omstandigheden, welke tot extreme daden motiveren. Wanneer een revolutie haar werk heeft gedaan, door de gegeven werkelijkheid radicaal te wijzigen (bijvoorbeeld door een dictator af te zetten en tirannieke machtsverhoudingen te doorbreken), is zij niet langer zinvol, ook al geloven haar voltrekkers er nog steeds in. Revolutie belooft een afrekening én een paradijs tegelijkertijd, en dit gecombineerde verlangen kan enthousiasmeren tot grootse daden. Echter, een omverwerping stelt slechts in staat tot een iets betere wereld, een waarin het grootste onrecht onklaar is gemaakt; méér zal er niet van komen. Wordt desondanks aan revolutie vastgehouden, dan wordt zij zelf tot bron van onrecht en schaadt zij haar eigen prestatie. Een radicaal andere wereld is onmogelijk.


Mensen op andere gedachten willen brengen werkt niet, wanneer niet ook hun gevoelens worden geadresseerd.


Wereldwijde ideeën houd ik niet voor onmogelijk, maar ik mis de nodige expertise om ze te kunnen bezigen, zonder te vervallen in arrogantie en betweterige oordelen. Daarom beperk ik mij liever tot hetgeen ik het beste ken.


Naarmate ik meer van de wereld zie, heb ik er minder een oordeel over.


Een van de ergste dingen die je als volwassene een kind kunt aandoen is zgn ‘spontaan’ gedrag: alles doen en zeggen wat in je opkomt. Dat kinderen zich impulsief gedragen is normaal. Gaandeweg probeer je als ouder hen ook enige bedachtzaamheid bij te brengen. ‘Bezint eer ge begint’, zoals dat heet.
Volwassenen begaan een ernstige vergissing wanneer zij zich tegenover kinderen even ‘spontaan’ gaan gedragen. Niet alleen leren kinderen zo niet dat enige bezinning nodig is, wil je niet door impulsiviteit ongewild in de problemen geraken. Kinderen krijgen zo ook allerlei uitingen van volwassenen te verduren, waar zij geen verweer tegen hebben en die (vaak onbedoeld) nog heel lang doorwerken: een gefrustreerde opmerking, bijvoorbeeld, een vinnige reactie die het kind zich aantrekt, of rechtstreeks onverantwoord gedrag.
Voor kinderen staat gedrag van volwassenen model voor hoe je met een situatie omgaat. Kinderen zijn hongerig naar een gebruiksaanwijzing bij de wereld. Zij halen die gebruiksaanwijzing niet uit boeken of lesjes, maar uit gedrag van ouderen.
Helaas realiseren veel ouderen zich nauwelijks welke rol zij spelen voor kinderen. Erger nog: zij zien het gedrag van kinderen als een vrijbrief om zich even impulsief te gedragen, - met nauwelijks positieve gevolgen, integendeel.
Impulsiviteit hoef je kinderen niet te leren, noch hebben ze daarin bevestiging nodig. Van volwassenen willen ze iets méér leren, iets anders dan een kopie van hun eigen gedrag.


Filosofisch onderzoek: een soort schaken met de werkelijkheid, niet om de winst, maar om het spel van wijsbegeerte.


Trainersluiheid. Tal van praktiserend filosofen weigeren zelf te denken; zij beperken zich tot de ‘kunst van het vragen stellen’. Het eigenlijke denkwerk laten zij over aan anderen: de deelnemers aan hun filosofische activiteiten.


Foute filosofie: denken om het denken, gedachte-experimenten, denken zonder vraag, hypothetisch geleuter, gratuit mogelijkheden opperen, denkspelletjes zonder urgentie, doormodderen met antwoorden waarbij men vergeten is wat de vraag was; kortom: filosofie zonder wijsbegeerte.


Revisiting Kant (en Heidegger):


Het optimisme van de Verlichting, wat betreft de redelijkheid van de mens, blijkt niet meer te zijn dan een wens, een schone gedachte. Niet alleen het terugkerende populisme blijkt telkens weer een ontkenning van dat optimisme; dat geldt ook voor het feit dat verstandige lieden over God & co er nog steeds ideeën op na houden die sinds de Verlichting allang naar het rijk der fabelen zouden moeten zijn verhuisd. Helaas, er is weinig hoop voor de mensheid, behalve de hoop van fata morgana’s. 


Heeft Heidegger ooit het Zijn gedacht? Valt het überhaupt te denken, zonder eraan voorbij te gaan?


Probeert ook de onto-theologie greep te krijgen op de werkelijkheid, en wel door een ‘hoogste wezen’ (God, substantie, of het absolute) te postuleren als garantie dat er een ordening van de wereld moet zijn? – met theologen of filosofen als de poortwachters en raadselduiders van die ordening.


Thursday, February 2, 2017

2 februari 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (VIII)


Waarmee is een cultuur meer gediend dan met vrije geesten!


Een brug slaan tussen diepgaande verschillen. Hoe menszijn zo te begrijpen dat er geen kloof ontstaat met andersdenkenden, maar integendeel, dat we elkaar kunnen respecteren in ons menszijn, met in achtneming van de verschillen? Hoe de verschillen recht te doen als anders, en toch verwantschap te beleven? Nog dieper gaan!


De kunstwereld is geworden tot een speeltuin zonder duidelijk gezicht of richting. De tijd van avant-garde is voorbij. Er is geen grens meer om te verleggen. Je kunt nog slechts te ver gaan. Wat te doen? Een persoonlijk universum creëren, intrinsiek gemotiveerd, en laten zien wat voor jou het leven de moeite waard maakt!


Het fotografische oog: eerst een foto zien, en hem vervolgens nemen.


Welk recht heb ik om mij niet te bemoeien met de politiek? Is het gerechtvaardigd om mij aan politieke stellingname, plus eventuele actie, te onttrekken in tijden van crisis?


Heb geen politiek antwoord op klimaatcrisis, noch op demografische ontwikkelingen wereldwijd, noch op vertrouwenscrises in moderne democratieën, noch op groeiende kloof tussen arm en rijk, zowel lokaal als wereldwijd. Te veelkantig en teveel dilemma’s. Moreel, ja: ga om met anderen, zoals je zou willen dat anderen met jou omgaan. Maar politiek? Zelfs wanneer ik menselijke waardigheid bovenaan stel – wat ik doe - , dan nog weet ik niet hoe dat politiek te vertalen, zonder in eenzijdigheden te vervallen.


De fata morgana van de veruiterlijking: we zien in alles bewustzijn omdat we ons van alles bewust zijn. Of beter: in alles waarvan we ons bewust zijn, zien we bewustzijn.


Vanwaar dit schrijven allemaal? Waar heeft het voor nodig? Waar is het goed voor? Je zou kunnen zeggen: om mijn ‘programmering’, zoals tot uiting komend in gewoontes in denken en handelen, bij te stellen. (Je kunt het ook ‘karma’ noemen.) Het blijkt niet gemakkelijk om die ‘programmering’ te wijzigen. Het vergt bewustmaking van mijn doen en laten tot nu toe, en een bewust invoeren van nieuwe opties. In eerste instantie door een vernieuwend inzicht te herkauwen en op implicaties en consequenties te onderzoeken, en vervolgens door er stukje bij beetje gevolg aan te geven en door met behulp van reminders gewend te raken aan de verandering. Misschien dat het bij anderen soepeler verloopt, maar bij mij gaat een verandering in denken en handelen vrijwel nooit vanzelf. De macht der gewoonte is sterk en listig, en het vergt forse maatregelen om daar verandering in te brengen, wil ik niet als vanzelf weer terugvallen in oude gewoontes.


Wanneer we religie opvatten als een evolutionaire strategie om vreedzaam samen te kunnen leven, dan behoeft religie een innovatieve verdiepingsslag, als aanpassing aan de nieuwe, multireligieuze situatie waarin Europa is komen te verkeren.


Wat weinig uithaalt, maar wel de gebruikelijke wijze van reageren reflecteert, is moraliseren over Trump, Wilders, LePen etc. Het is het gemakzuchtigste antwoord, en een die de aandacht afleidt van hun opvattingen en plannen. Zolang het over de persoon gaat, gaat het niet over hun politiek.


Deze tijd is een tijd van de groeiende antagonismen, - in het Westen althans. Het is niet zomaar een kwestie van een hoofdstroom met afwijkingen, te wijten aan particulariteiten (als zouden lieden als Wilders, LePen en Trump slechts immorele uitzonderingen zijn). Beide posities worden breed gedeeld; de een kan de ander niet afdoen als dwaasheid. Je kunt dat wel doen, maar het zal niemand overtuigen, behalve degenen die het al vonden, en het gemoraliseer over en weer verandert niets aan de situatie, integendeel: de tegenstelling wordt er slechts door verstevigd. De ene noch de andere partij voelt zich beschaamd over de eigen positie en meent het grootste gelijk aan zijn kant te hebben. Morele verontwaardiging is niet langer het monopolie van een van beide. En voor steeds meer mensen is er geen brug meer naar de andere kant. Men staat onverzoenlijk tegenover elkaar. Het is moeilijk te zien hoe deze situatie nog vreedzaam kan aflopen.


Revisiting Kant (en Hegel):


Menselijke vrijheid. Vrijheid zal ik moeten leren om haar te kunnen nemen. Als het bestaan geen geschapen en georkestreerd geheel is, waarin alles en iedereen z’n bestemming heeft, dan is er dus alle ruimte om er een eigen draai aan te geven! Ook al is die ruimte er altijd al, toch is het niet vanzelfsprekend dat ik haar zal benutten. Wat houdt mij tegen? Of ben ik er simpelweg nog niet aan toe? En wat betekent dat dan, ‘er nog niet aan toe zijn’?


Het meten van vrijheid bij een willekeurige groep individuen (zoals dat gebeurt bij statistisch onderzoek) kan slechts volstrekte onzin opleveren, en wel omdat vrijheid geen gemiddelde kent, maar afhangt van persoonlijke ontwikkeling. En hoe zou je persoonlijke ontwikkeling statistisch willen onderzoeken? Vrijheid en statistiek vormen onvergelijkbare grootheden. Wie dit ontkent, is bereid om mensen te vervangen door robots. Een statisch leven is een mens onwaardig.


Het voor-werkelijk-houden van bovennatuurlijke gedachten is, net als zondebesef, een uiting van het onvermogen om te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven. Leven in een ‘verkeerde wereld’ is onverdraaglijk, zeker voor wie zich de zinvraag stelt. Om zichzelf gemoedsrust te bezorgen, worden bovennatuurlijke gedachten (als projectie van hoe het ook anders kan) gereïficeerd tot een alternatieve wereld die wel deugt.


Wie zonde zegt, zegt zelfafwijzing, als uiting van het onvermogen te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven. En in plaats van dit onvermogen tot een vraag te maken en aan te pakken, wordt de zelfafwijzing aanvaard als een oerfeit, tegelijk met het niet-deugen van het bestaan, inclusief de eigen existentie. Zolang zondebesef wordt gecultiveerd, is het onmogelijk om levenliefhebbend te leven.


Zolang het Zijn een zaak van de geest blijft, blijft het een denkding, en zal het slechts mogelijkheid blijven, zonder daadwerkelijkheid. Het Zijn als denkding blijft altijd iets ‘voor mij’; ik maak er geen deel van uit. Het ‘op zich’ van het Zijn kan geen voorwerp van het denken zijn. Gebeurt dat wel, dan wordt het een ‘voor mij’.


Hechten aan de totale onkenbaarheid van het ‘ding op zich’ veronderstelt het bestaan van een andere wereld dan de natuurlijke. Zij is de opmaat voor een willen denken in termen van een onderscheid tussen een natuurlijke en een bovennatuurlijke werkelijkheid. Niet uitgaan van het bestaan van een bovennatuurlijke werkelijkheid betekent een reset van de hele problematiek. De onkenbaarheid van het ‘ding op zich’ is dan geen issue meer; zij verliest haar existentiële relevantie. De onkenbaarheid van het ‘ding op zich’ hoeft niet meer te worden opengehouden teneinde godgelovigheid concipieerbaar te houden. Dat betekent niet dat het onderscheid irrelevant is geworden. Je kunt er ook een heel andere kant mee op!


Om verder te komen dan Kant, ten einde de problemen van onze tijd adequaat te denken, dienen we een fors aantal van Kant’s probleemstellingen te vergeten. De problemen waarvoor hij zich gesteld zag en de wijze waarop hij ze formuleerde, wortelen in een cultuur die niet meer de onze is. Wat zijn de problemen nu, en hoe ze vruchtbaar te formuleren?


Hoe nog te leren van Hegel? Door hem door de ontnuchteringsmachine van Darwin te halen. Dat wil zeggen: door zijn dialectiek te ontdoen van teleologie.


Hegel denkt als een revolutionair; zijn systeem kan gezien worden als een metafysische opstand: tegen een zinloos universum. Als meesterdenker wil hij een rationaliteit in alles blootleggen, waardoor we ons weer geborgen weten, - en om te kunnen heersen!

Saturday, January 14, 2017

14 januari 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (VII)

Wat te verwachten van kunst? Niet het alledaagse, dat waar we aan gewoon zijn: daar hebben we kunst niet voor nodig. Zou kunstbeleving niet juist de werking van een ‘ritueel’ moeten hebben: een doorbreking van de ons bekende patronen, gewoontes en rollen?


Kunst: duurzame waarde creëren in een veranderlijke, vaak banale wereld.


Het kunstwerk van een godsdienst is de creatie van haar godheid, waarin bovendien wordt geloofd alsof zij ook daadwerkelijk bestaat, - een prestatie! Een godheid waarin niet (meer) wordt geloofd, is louter een kunsthistorisch fenomeen; het verbindt (nog) slechts esthetisch.


De grootsheid van een mens: z’n capaciteit tot twijfelen en nee-zeggen, en daarmee z’n vrijheid. De grootsheid van een cultuur: de ruimte die zij aan die vrijheid laat, en deze ook aankunnen!


Context doet ertoe. Door een museum krijgt het kunstwerk een belevingswaarde die het niet krijgt wanneer het ergens als los werk in een kunstvreemde omgeving wordt neergezet. Dit geldt nog meer voor een overzichtstentoonstelling. En ook een boek geeft een context, evenals een documentaire. Telkens anders: blijft er iets hetzelfde?


Anders dan dieren, bouwt de mens zich een wereld die een veruiterlijking is van zijn strevingen, inclusief symbolische orde, en met een geheugen, bestand tegen seizoenswisselingen en tegen zoveel mogelijk toevallige veranderingen. Dieren leven op aarde, mensen in een wereld; aan haar is hun geschiedenis af te lezen.


Heeft het zin om seculariteit als levensopvatting van argumenten te voorzien? Zeker. Ten eerste, om de eigen ‘zit in het leven’ te versterken, te verrijken en cultureel te laten bloeien. Ten tweede, om te laten zien dat seculier-zijn niet naïef of slechts negatief is: er valt ook veel vóór te zeggen. Ten derde, om zoekenden oriëntatie te bieden in de huidige spirituele supermarkt. Ten vierde, om de existentiële migratie te vergemakkelijken van degenen die godgelovigheid zijn gaan ervaren als een vreemd en benauwend keurslijf. En ten vijfde, om seculieren weerwoord te verschaffen in deze tijd van de ‘retour du religieux’.


Revisiting Kant (en Nietzsche):


Als je ervan uitgaat dat wij de wereld zoals zij in zichzelf is nooit zullen kennen en dat zij altijd een wereld voor ons zal zijn, dan verwijzen alle argumentaties dus uiteindelijk naar de mens die denkt en argumenteert. Is dat vol te houden? Elk wetenschappelijk onderzoek breekt in op antropomorfisme. Waarom zou je niet kunnen zeggen dat wetenschap de wereld in zichzelf kenbaar maakt? Wat verklaart anders haar succes?


Wat winnen we door uit te gaan van evolutie in ons engagement voor een ‘betere wereld’? Dat we ons inzetten, niet vanuit schuldgevoel (alsof de wereld anders had moeten zijn), maar vanuit verantwoordelijkheid voor wat binnen onze macht ligt en meer niet.


Evolutie of schepper? Voordeel van een evolutionair toevallige ‘oorsprong’ van alles: er valt niemand een verwijt te maken, ook niet een schepper, gelet op de immense wreedheden in het dierenrijk, op de uitgestrekte levenloosheid van het heelal (erg ongezellig), en op de oneerlijkheid van tal van natuurrampen en ziekten, en wie hen ten deel valt. Stel, we zouden hiervoor een schepper verantwoordelijk moeten stellen, niet voor hoe het had kunnen zijn, ware hij werkelijk almachtig geweest, maar voor wat is het is geworden, zou hij de verwijten over slecht werk overleven? Zou hij zich niet doodschamen voor alles wat er is misgegaan? Als creatie van de menselijke verbeelding verdient hij een beter lot! Een museum!


Zondeval? Waarvoor zou een schepper mensen willen straffen? Voor de rotzooi die hij er zelf van heeft gemaakt bij het creëren van de wereld?


Ben ik tegen het Christendom? Nee, maar in de Westerse beschaving mist het wel een tegenhanger waarmee het vruchtbaar en dynamisch kan samenleven, nl een religieuze vorm van non-theïsme. Hetzelfde gemis geldt overigens voor het huidige atheïsme: dit positioneert zich teveel als anti-godsdienst. Beide zouden winnen bij zelfrelativering, en door zich te spiegelen aan elkaar en door wederzijdse voeding niet uit te sluiten.


Heeft het zin om tegen godgelovigheid te argumenteren? Nee, een levensovertuiging is niet gebaseerd op argumenten. Er is eerst een levensgevoel; argumenten komen later.

Monday, January 2, 2017

2 januari 2017: Revisiting Kant en andere denkoefeningen (VI)

Al deze reflecties zijn denkexperimenten! Over hun houdbaarheid valt niets met absolute zekerheid te zeggen. Zijn er gedachten die hieraan ontsnappen?


Kunst als vrijheidspraktijk. Moderne kunst is anders dan de eerdere kunst. Zij is een spirituele rol gaan spelen in een steeds seculierder wordende cultuur, met musea als de hedendaagse tempels. Het gaat niet meer om schoonheid en vakmanschap (zoals eerder), maar om ‘vrije geest’.


Waarin verschilt een liefdesrelatie van vriendschap? In liefde gaat het eerst en vooral om wat er in de relatie zelf gebeurt, met én tussen de twee geliefden. Zij groeien aan en met elkaar, juist ook omdat intimiteit en erotiek deel uitmaken van het gezamenlijke liefdesspel, van de dynamiek ervan. (Of beter: dat zou kunnen, mits zij daar allebei toe bereid zijn.) In een vriendschap geef je om elkaar, uiteraard, heb je met elkaar te maken, maar er is niet die innigheid samen. Je deelt elkaars verhalen, elkaars lief en leed, maar niet elkaars leven.


De macht van de verbeelding. ‘Als God het wil’: wat voor menselijke motieven, intenties en emoties zitten allemaal samengebald in deze uitroep? Welke menselijke conditie spreekt eruit? Hoeveel ellende en onmacht wordt erdoor toegedekt, of hanteerbaar gemaakt?  ‘Als God het wil’: wanneer een kind verdrinkt; wanneer een oogst mislukt; wanneer een huwelijk wordt afgesproken. ‘Als God het wil’, wanneer het leven tegenzit, of juist meezit. Hoeveel levenslust wordt erdoor in stand gehouden? En natuurlijk is er de politiek van ‘Als God het wil’: wie trekt er aan de touwtjes? Echter, steekt er ook vrijheid in ‘Als God het wil’?


Revisiting Kant:


Er is een nieuwe Kritiek nodig, voor verdergaande Verlichting. Een Kritiek die sensibel maakt voor het ‘meer dan denken’ dat we zijn. Om de-identificatie concipieerbaar te maken, en daarmee (gemakkelijker) ervaarbaar. De-identificatie, niet alleen met idee-fixen, maar met denken überhaupt, - alsof slechts werkelijk zou zijn wat wij kunnen denken.


De Verlichting verder verlichten, door het denken zelf en het belang dat we eraan hechten te thematiseren, en niet alleen wat en hoe we denken. (Taoïsme, Boeddhisme en Advaita bieden daartoe mogelijkheden, zij het vanuit een heel andere geschiedenis. Nodig: een radicaal omdenken.)


Wanneer metafysica niet meer vanuit verwondering wordt bedreven, wordt zij al snel een poging om de werkelijkheid te overmeesteren, in de veronderstelling dat deze rationeel van aard is. Wie de sleutel heeft tot de ‘natuurlijke’ orde van mens van wereld, kan zich als denker heer en meester wanen over het eigen lot en dat van de geschiedenis. Maar wat als mens en wereld slechts tot de orde kunnen worden geroepen door hen onherkenbaar te verminken? Wat als rationaliteit slechts bestaat in de verlangde wereld van sommige denkers? Wat als een metafysicus alleen zijn gelijk kan afdwingen, door zich met mentaal geweld op te dringen aan volgzaam verstand, terwijl de werkelijkheid zich er niets van zal aantrekken?


Is er iets dat de werkelijkheid zelf genoemd kan worden? Of is alles wat wij werkelijkheid noemen een projectie van ons bewustzijn? Okay, alles wat ik over de werkelijkheid denk en zeg, is onderworpen aan de wetten van denken en zeggen, maar betekent dat ook dat er niets aan denken en zeggen ontsnapt? Valt mijn beleving geheel en al samen met wat ik denk en zeg?


Denkend geraak ik nooit bij wat werkelijk is, kom ik nooit uit bij hetgeen waarover ik denk. Toch kan ik beseffen dat ik denk. Beleef ik mijzelf in dit besef als méér dan denken?


Aan een ding voor mij correspondeert een ding op zich. Beter gezegd: een ding is iets voor mij, in termen van hoe ik mij ervan bewust ben, en tegelijk is dat ding iets op zichzelf. Vraag: correspondeert met elk gedachteding ook een ding op zich? Is er in dromen, bijvoorbeeld, sprake van een ding op zich?


Het moment is niet alleen van korte duur. Het kan ook beleefd worden als onderdeel van de tijd, mits dat besef van tijd er is, als uitgespannen in mijn bewustzijn. Zo niet, dan wordt het moment slechts beleefd als vluchtig. Daarmee is het besef van tijd een ontstaan, iets wat er niet vanzelf is. Je kunt dus niet zeggen dat tijdbesef ‘ontwaakt’ (alsof het er ‘slapend’ al wel reeds was); het ontstaat. Tijdbesef noch bewustzijn zijn een constant gegeven. De verschillen betreffen het verschil tussen dier en mens, tussen kind en volwassene, en wellicht ook tussen volwassene en een dementerend persoon.
(Hier is een parallel met de notie van het zgn ‘oorspronkelijke’ zelf. Ook dit kan ontstaan, en is er niet oorspronkelijk. Zoals ook gewaarzijn er niet bij voorbaat is.)


Verstand: niet een apart vermogen, maar een geestelijke functioneren met zo min mogelijk verduistering en vertekening door emoties (zoals pijn en angst), driften (zoals begeerte) en belangen.


Categorische imperatief? Wat maakt het zo moeilijk om anderen hun leef- en denkwijze te laten? Immers, niets dwingt iemand om hetzelfde te doen of te denken. Wanneer abortus is toegestaan, betekent dat nog niet dat een tegenstander ook gebruik moet maken van dit recht. Wanneer iedereen mag leven volgens zijn of haar eigen seksuele geaardheid of voorkeur, is dat nog geen aansporing om alle varianten uit te proberen. Wanneer er vrijheid is van godsdienst, dwingt niets mij om er een op na te houden. Een recht verplicht tot niets, en hetzelfde geldt voor een vrijheid. Wat maakt het dan zo moeilijk om de ander te laten in zijn of haar eigen goeddunken of voorkeuren?